De taal van de hond

Als je je hond goed wilt begrijpen, wat in een hondenleven zeer van belang is, moet je de taal van je hond leren kennen.

Honden nemen de omgeving waar en communiceren met de omgeving met behulp van signalen. Deze signalen kunnen worden verdeeld in drie grotere categorieŽn.

  1. Visuele signalen (mimiek, lichaamshouding, stand van de staart en de oren, opzetten van de haren)
  2. Geluidssignalen (blaffen, grommen, janken en huilen)
  3. Geursignalen (urine, ontlasting, speeksel, geurklieren)

De combinatie van deze signalen vormt samen een geheel met een bepaalde betekenis. Een verandering in ťťn van de signalen verandert ook de betekenis van het geheel.

Honden hebben een aangeboren besef van het geven, ontvangen en begrijpen van de signalen.

De signalen geven ons weer informatie over zijn psychische toestand, zijn behoeften, wensen en over zijn sociale status (= zijn rangorde in onze omgeving).

De klassieke speelbuiging: Deze gaat vaak samen met grommen of blaffen en eventueel ook met meerdere nepaanvallen. Een dominante hond kan, voor dit doeleinde, op zijn rug gaan liggen. Zo wil hij laten zien dat hij geen kwade bedoelingen in de zin heeft.

1. De mimiek en lichaamshoudingen van de hond

Om de signalen te begrijpen moet de neutrale lichaamshouding en de gezichtsuitdrukking als uitgangspositie worden genomen (LET OP! De neutrale lichaamshouding varieert met het ras van je hond)

Normaal, ontspannen lichaamshouding, de hond voelt zich ontspannen en tevreden.

Groeiende angst; de oren liggen plat, de mondhoeken zijn naar achteren getrokken.

Angstig agressief lichaamshouding, de hond is in het nauw gedreven en hij is bang. Hij kan op elk moment aanvallen MAAR hij vlucht liever, als je hem daar de mogelijkheid toe geeft.

groeiende agressie tot dominant agressieve lichaamshouding, de oren staan naar voren, de neusrug is gerimpeld, de lippen zijn omhoog getrokken, de tanden zijn ontbloot, de staart is strak omhoog gebogen, het gewicht is verdeeld over de voorpoten en de haren zijn van de nek tot en met de staart opgezet.

Honden verdedigen hun territorium, groot of klein, tegen indringers. Normaal krijgt de indringer een waarschuwing en als kracht voor zijn waarschuwing gromt of blaft hij.

Honden hebben twee belangrijke blikken. Aan de ene kant kunnen honden aanstaren of fixeren. Dit is altijd een uitdagend gebaar tot krachtmeting en wordt gebruikt door dominante honden of door honden die denken dat ze een hogere sociale status hebben.

Aan de andere kan kunnen honden direct oogcontact ontwijken wanneer de hond zijn onderdanigheid wilt tonen. Dit ontwijken wordt gebruikt door minder dominante honden. Op deze manier probeert hij een mogelijke confrontatie (aanval) te vermijden. Dit is een verzoenende gedragsuiting.

Aan de volgende beelden kun je zien wat de verzoenende gedragsuitingen van de hond zijn:

actief onderdanige lichaamshouding, het oogcontact is kort of ontwijkend, de hond probeert zich kleiner te maken (Honden denken: "hoe groter je bent, des te gevaarlijker ben je" en andersom), de poot is opgetild, de staart hangt omlaag en kwispelt langzaam. De hond wil zijn ranghogere zijn affectie tonen door te likken.

passief onderdanige lichaamshouding, de blik is ontwijkend, de hond maakt zich zo klein mogelijk en gaat op zijn rug liggen, de staart is tussen de benen (niet te verwarren met de situatie wanneer de hond om aandacht vraagt, dan is de staart ontspannen en ligt horizontaal. Dat interpreteer ik als; alsjeblieft, ik wil graag verwend worden, wil je mij een massage geven?), De oren liggen plat langs het hoofd en de hals is toegekeerd naar de ranghogere. Daarmee wil de hond zeggen: zie nou, als je nu bijt ben ik zo dood, meer dan mijn leven kan ik je niet aanbieden.

De stand van de staart vertelt ons hoe de hond in zijn vel zit. Een hooggehouden staart is een teken van zekerheid en dominantie, een laaggehouden staart is een teken van onzekerheid, angst of onderdanigheid.

Een kwispelende staart is een teken van opwinding. Door te kwispelen geeft hij zijn emotietoestand aan. Dit kan blijheid tot en met agressie zijn. De samenhangende lichaamshouding geeft aan in welke emotietoestand de hond verkeert. Een verstijfde houding met een kwispelende staart betekent totaal iets anders dan een ontspannen houding met een kwispelende staart.

Kwispelen is niet alleen een uiterlijk signaal, maar dient ook voor de geurcommunicatie (zie geursignalen).

Oplettende waakzame lichaamshouding: reageert op iets interessants wat hij in zijn vizier krijgt, de ogen ziet er ronder en groter uit, de oren staan rechtop, de staart is horizontaal en bijna ontspannen, misschien kwispelt hij een beetje, het gewicht is meer op de voorpoten.

Een paar voorbeelden van het kwispelen:

  • Zwak, licht kwispelen betekent: Hallo jij! Hier ben ik, en ik ben leuk. Toch???
  • Wijd kwispelen met een hoge frequentie waarbij het hele lichaam meedoet, betekent: Hallo! Ik vind dat jij het beste bent, je bent mijn alles. Ik ben heel erg tevreden. Jippiee!
  • Laag kwispelen met een lage frequentie betekent: Hallo baas, ik weet dat je me leuk vindt maar ik versta je echt niet. Wees alsjeblieft niet boos.
  • Laag kwispelen met de oren naar achteren gedraaid betekent: normale begroeting van een ranghogere.
  • Een kwispelende staart en een verstijfde houding betekent: Jij, ja jij!!! Wie ben je en wat wil je? Hier waak ik en je bent bijna op mijn territorium. Ik ben er klaar voor... make my day...

2. De geluidssignalen van de hond

Zoals het in de natuur altijd zo is dat iets groots ook gevaarlijk is, zo is het ook dat iets groots een laag geluid maakt. Dus precies zoals een dreigende hond probeert om groot te lijken (opzetten van de haren, rechtop staan) kan hij ook op een imponerende manier geluid maken. Een onderworpen hond kan weer om klein te lijken (of te klinken) hoge tonen produceren. Je kunt het je gemakkelijk voorstellen; een piepstemmetje is niet zo overtuigend als je een dreigement wil uiten.

Gegrom is een laag en akelig geluid dat een dreigement moet uitbeelden. Als je het hoort voel je ijskoude rillingen langs je ruggengraat gaan. Je kunt verschillende soorten gegrom onderscheiden.

Hier volgen een paar voorbeelden:

  • Een zacht, laag gegrom betekent: Let op! Ga weg!
  • Een laag gegrom met als slot een korte blaf betekent: Ik ben opgewonden en klaar om aan te vallen.
  • Gegrom met hoge tonen en eindigend met een blaf betekent: Ik ben opgewonden, maar ik ben niet zeker van mijn zaak. Toch ga ik aanvallen als je niet vertelt wat je bedoelingen zijn.
  • Gegrom met wisselend hoge en lage tonen betekent: Ik ben bang en als je mij verder in het nauw drijft ga ik zeker aanvallen (Dit is typisch iets voor angstbijters)
  • Luid gegrom betekent: Ik ben opgewonden en ik vind dit absoluut leuk. Dit gegrom vertelt dat de concentratievermogen bij de hond groot is.

Een hond die blaft, is altijd opgewonden. Aan de toonhoogte en het ritme is te horen wat de hond wil. Blaffen is om aandacht te trekken. Op deze wijze laat hij wie of wat dan ook weten dat diegene of datgene opgemerkt is. Daarbij is het ook een manier om zijn eigen aanwezigheid kenbaar te maken.

Voorbeelden:

  • Een aanhoudende, snelle, middelhoge blaf betekent: Roedel, let op! Het kan zijn dat we problemen hebben. Iemand is op ons territorium! (alarm)
  • Een aanhoudende blaf, lager in frequentie en toon betekent: Iemand is ons territorium binnengedrongen. Het is tijd voor een aanval, ik ben klaar dit territorium te verdedigen.
  • Blaffen in snelle series van 3 Š 4 keer betekent: Baasje, baasje.. kom kijken. Het kan zijn dat iemand probeert ons territorium binnen te dringen. Alsjeblieft, ga dat uitzoeken.
  • Blaffen in de lengte gerekte series met pauzes( meer sporadisch) betekent: Hallo, is daar iemand? Ik ben eenzaam en ik verlang naar gezelschap.
  • Een of twee korte, scherpe blaffen, middelhoog in toon betekent: Ik voel mij goed maar waar zijn jullie?
  • Een scherpe, korte blaf, middellaag van toon betekent: HOU OP!
  • Een scherpe blaf, hoog in toon betekent: Wat nou? Als deze 2 of 3 keer wordt herhaald, betekent het: kom kijken/hier.

Huilen bestaat uit lang aanhoudende melodieuze geluiden van verschillende toonhoogtes. Het zijn geluiden die grote afstanden overbruggen. Honden huilen vaak als ze gescheiden zijn van de rest van hun roedel en proberen op deze manier contact te houden of te herstellen. Het gehuil is individueel herkenbaar. Samen huilen versterkt het saamhorigheidsgevoel.

Janken en piepen is meer aandacht trekken op een persoonlijk niveau en wordt gebruikt wanneer hij direct contact wil leggen met de directe omgeving. Dit heeft met angst, deemoed of onderdanigheid te maken.

Voorbeelden:

  • Eťn keer janken en piepen of een korte hoge blaf betekent: Au, ik heb pijn gevoeld of ik denk dat ik dat gaan voelen.
  • Series van janken en piepen betekent: Ik ben ontzettend bang en heb pijn gevoeld, doe dit niet meer alsjeblieft!!
  • Zacht en aanhoudend janken en piepen betekent: Help me, ik voel mij niet lekker, ik heb pijn en ik voel me totaal alleen op deze wereld.

Het is verleidelijk om te denken dat honden begrijpen wat woorden in de menselijke taal betekenen. Gezien hun eigen communicatiesysteem lijkt dat onwaarschijnlijk. Afgerichte honden kunnen goed tientallen verschillende woorden van de menselijke taal onderscheiden. Honden leren bepaalde geluiden te associŽren met bepaalde activiteiten en zijn in hoge mate afhankelijk van andere samenhangende aanwijzingen, zoals handgebaren, onze non-verbale lichaamstaal, onze woordkeuze en hoe goed de hond opgeleid is.

3. De geursignalen van de hond

Honden eten, drinken en moeten na een tijd ook weer zijn behoeftes doen. Ze doen dit echter liever niet zomaar ergens, maar ze hebben daar bepaalde favoriete plekken voor. Het plassen en poepen hebben belangrijke bijbedoelingen, namelijk het achterlaten van geurvlaggen en zo hun territorium te markeren.

Geuren die door individuele honden worden uitgezet, hebben een unieke identiteit. Met het achterlaten van de individuele geurvlaggen communiceert de hond met andere soortgenoten. Een hond kan van deze geurvlaggen afleiden wie, wanneer, wat en waar een andere hond iets heeft gedaan. Met andere woorden, de geurvlaggen zijn als het ware nieuwsbladen met sappige roddelartikelen.

Het markeren van het territorium heeft twee doelen tegelijk: de hond beseft of hij zich binnen zijn eigen territorium bevind wanneer hij later opnieuw op een dergelijke plek terugkomt. Andere honden die in de buurt van de gemarkeerde plekken komen, merken dat ze vreemd gebied binnengedrongen zijn. Oudere geurvlaggen worden ook geÔdentificeerd en in veel gevallen wordt het eigen visitekaartje er dan meteen overheen gezet.

Wanneer een hond kwispelt worden de anaalklieren gestimuleerd en als de stand van de staart hoog is, verspreidt hij zijn persoonlijke geur goed. Dit geldt zeker voor dominante honden. Een angstige, onderdanige hond geeft liever niet dit signaal af. Hij houdt zijn staart laag waardoor er geen geur wordt verspreid. Het rituele besnuffelen van elkaars achterste als onbekende honden elkaar tegenkomen, is duidelijk een manier om individuele geuren met individuele honden te combineren.

Honden hebben ook geurklieren aan de onderkant van de poten. Zelfbewuste honden wroeten in de grond nadat ze hun geurvlag achtergelaten hebben. Dit is een extra manier van markeren en is het puntje op de i.