Wat zijn onze huishonden?

Ze zijn een bundel van in de war geraakte instincten: honden ook als ze volwassen zijn, blijven zich als puppy en jonge honden gedragen.

Ze bedelen om voedsel, dikwijls onderdanig op de manier van een pup, blaffen buitensporig veel en willen voortdurend spelen, maar, let op, het blijven afstammelingen van een wolf.

Mens en hond

We communiceren beide met onze soortgenoten via dezelfde dreigende en smekende gebaren en met de bijbehorende intonaties en we zijn statusbewust.

Wij voelen ons alles behalve prettig en reageren bij voorbaat agressief wanneer iemand ons territorium probeert binnen te dringen. We zijn beide achterdochtig ten opzichte van vreemden en gedragen ons uitermate asociaal tegenover zwakke en onzekere individuen in onze omgeving.

Toch kunnen we ook goed samenwerken onderling (in een roedel) en met elkaar (een andere willekeurige individu/roedel).

De hond

Wat typerend is voor onze honden, de wolfachtige dieren (om maar een paar te noemen):

  1. Ze staan op vier poten, ze hebben scherpe oren, een neus met een superieur reukvermogen, ze kunnen zien in het donker, ze markeren hun territorium en hun "bezittingen" met urine, ze besnuffelen en likken elkaar tijdens begroeting, ze braken voedsel op voor hun kroost en ze graven (dit heeft te maken met het verbergen van voedsel - in de vrije natuur - om het later op te kunnen eten).
  2. Ze maken deel uit van een roedel, waarin een strikte rangorde heerst, gelijkwaardige posities kennen ze niet. De groep kent een leider, het alfadier, dat in staat is de groep te domineren. Dit alfadier heeft (op de eerste plaats) het recht zich te voort te planten met het alfadier van het andere geslacht.
  3. Onze honden hebben een aangeboren besef van sociale rangorde en van het communicatiesysteem dat die rangorde in stand houdt.

Groepsverband

In groepsverband te leven heeft zijn voordelen, b.v. veiligheid, meer kans op bestaansbronnen die een hond (wolf) in zijn eentje nooit zou kunnen bemachtigen. Het nadeel daarbij is dan weer de constante concurrentie met de soortgenoten om deze bestaansbronnen. Dit eeuwige dilemma wordt beslist door moeder natuur zelf. Ze komt te hulp met de meedogenloze logica: de sterkste wint en de anderen onderwerpen zich om te voorkomen, dat ze gedood of verdreven worden.

Het heeft geen zin een gevecht met een sterkere aan te gaan, als man niet in staat is de sterkere te verslaan. Een betere strategie is afwachten, tot men eenvoudig sterker wordt of men zoekt naar tekenen van zwakte, aarzeling, verlies van zelfvertrouwen bij zijn sociaal hoger geplaatste (=rangorde) in het roedel waarin men leeft.

Het doel is dat de ondergeschikte zijn huid lang genoeg weet te redden, zodat zijn genen op zekere dag hun kans krijgen.Het is een genadeloos leven, waarin eigenbelang voorop staat.

Een goede roedelleider neemt zijn eigen beslissingen, en heeft het recht beslissingen te nemen over de andere leden van het roedel, die zich bij deze beslissingen moeten neerleggen. De leider bepaalt wie wat en wanneer doet. Dit betekent ook corrigerend optreden als iets verkeerd gaat. De leider komt altijd als eerste en heeft de macht; maar hij beschermt en zorgt er ook voor dat iedereen het goed heeft en zich prettig voelt (hij is geen tiran).

Menselijk vertaalt: als leider van uw hond neemt u de volledige verantwoordelijkheid voor zijn welzijn. Dit bereikt u wanneer u de plicht op u neemt hem te begrijpen (= leren hoe hij denkt en hoe hij de wereld ziet), te ontdekken wat hem gelukkig maakt en wanneer hij zich veilig voelt.

Door zo te handelen krijgt u het respect van uw hond en kunt u het leiderschap verdienen. Niets verlaagt uw status sneller dan uw hond te leren dat hij uw wensen niet hoeft te respecteren.

Opvoeding

Een hond opvoeden is een must, anders kunnen wij hem niet in huis hebben. Zonder opvoeding is de hond een gevaar voor zichzelf en voor iedereen en alles in zijn omgeving, dus opvoeden (= uw hond begeleiden in het leerproces) is een teken van solidariteit.

Met een sociaal gehoorzame hond bedoel ik een hond, die is opgevoed en geÔntegreerd in en met onze samenleving. Hoe sociaal onze hond zich gedraagt, is voor het grootste afhankelijk van ons vermogen, hoe goed wij hem duidelijk, maar aangepast, kunnen overbrengen wat de normen, waarden en verwachtingen zijn in ons systeem. Dus het komt er op neer, hoe goed wij de verhoudingen en het samenspeel tussen mensenwereld en hondenwereld kunnen relativeren en hoeveel respect en begrip we elkaar kunnen tonen. En nooit vergeten, dat iedere hond dominant gedrag vertoont, maar de graad van dominantie varieert van hond tot hond.

Door uzelf de kennis over opvoedingsmethodieken eigen te maken kunt u een waardige, adequate en consequente opvoeding garanderen. U mag niet vergeten dat het opvoeden een doorlopend proces is, dat van de geboorte tot sterven voortduurt en constant inzet en energie vereist.

De sociale rangorde is een eindloze bron van problemen voor ons mensen in onze verhouding tot onze lieve viervoeters. Wij mixen onze waarden en normen met die van de hond, wij projecteren onze menselijke gevoelens en motieven op de hond, en verwachten dat ze zich als een mens gaan gedragen.

Wij vergeten dat de hond geen menselijk verstand heeft. Hij kan zich niet in een ander verplaatsen en is niet in staat over zaken te redeneren. Honden zijn zo als ze zijn. Ze doen wat ze moeten doen - niet meer, maar ook niet minder - en meer mogen wij ook niet van hun verwachten.

Ze leven in een wereld vol prikkels (instincten, waarnemingen) waarop ze reageren. Ze communiceren met de omgeving door middel van geluidssignalen (blaffen, grommen, piepen, huilen), visuele signalen (lichaamshouding, mimiek, stand van oren en staart, opzetten van de haren), geursignalen (urine, poep, geurklieren).

Ze hebben behoeftes, (die u in acht dient te nemen):

  1. fysisch: aan voedsel en water; hun lichaam te onderhouden, d.w.z. te bewegen, te kauwen, zichzelf schoon te maken (likken), hun behoefte te doen.
  2. psychisch: aan sociale contacten met andere soortgenoten en de buitenwereld, zich veilig en geaccepteerd te voelen en hun taken te kunnen uitvoeren.
  3. Voortplantingsdrift.

Als u de behoeftes van uw hond kent en daaraan tegemoet komt, krijgt u een tevreden, zich goed gedragende compagnon. Als u de behoeftes negeert of onderdrukt, zijn de gevolgen desastreus, nl. een gefrustreerde en zich slecht gedragende hond.

Gewenst hondengedrag kan in het kort beschreven worden, als een positieve feedback relatie tussen mens, hond en omgeving.

Iedereen is in deze relatie tevreden.

De hond voelt zich prettig, krijgt aandacht en beloningen voor zijn gedrag, waardoor hij het gewenste gedrag inprent en het regelmatig gaat vertonen. U bent tevreden, omdat u de leidersrol verdiend heeft en niemand daaraan twijfelt. In uw omgeving kan iedereen met genoegen constateren, hoe goed jullie beiden met elkaar kunnen opschieten.

Tot slot

Een hond te hebben is hetzelfde als een groot avontuur beleven; soms krijgt u meer dan u lief is. Door zijn mogelijkheid te "communiceren" lijkt hij menselijker, maar wees voorzichtig dat u hem niet verkeerd begrijpt.

In plaats te proberen van de hond "een van ons" te maken - wat toch al een verloren missie is - moet u zijn belangen behartigen en de speciale band, die u met uw hond kunt bereiken, koesteren.

Om een hond te nemen en er mee te leven, is een gekozen levensstijl. Het geeft u veel beperkingen en absoluut hard en tijdrovend werk, maar daar tegenover staat een privilegie: een stuk ongelofelijke natuur die u aanraken, ontdekken, voelen en beleven mag.